
Ruim een halve eeuw na de klassiek geworden filosofische vraag van Thomas Nagel hoe het is om een vleermuis te zijn, hebben we daar nog steeds geen idee van. Maar hoe het is om een kat te zijn weten we al millennia: lui, zelfvoldaan, asociaal, eigenwijs en onbezorgd, simpelweg levend in het hier en nu. Zelfs gerenommeerde filosofen als John Gray hebben zich inmiddels door dit stereotype beeld laten verleiden tot levenswijsheden als “leef als een kat”.
Maar empirisch onderzoek laat zien dat het leven van een kat heel wat minder onbezorgd is, en haar brein heel wat complexer dan we altijd dachten. Het voortschrijdend inzicht dat dieren ook taal en cultuur kennen maakt de vraag naar wat er door het hoofd van deze én allerlei andere dieren heen gaat, alleen maar interessanter, ook voor filosofen. En natuurlijk voor ieder van ons die met deze enigmatische dieren samenleeft en ze nog beter wil leren kennen…
Maarten Reesink doceert al bijna twintig jaar Human-Animal Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Recent verscheen van zijn hand Planeet poes: de gedeelde wereld van kat en mens; eerder publiceerde hij Dier en mens: de band tussen ons en andere dieren. Hij is een van de oprichters van het Centrum voor DierMens Studies Nederland, en als vrijwilliger werkzaam bij de Stichting Amsterdamse Zwerfkatten (SAZ).